knolcapucien

De knolcapucien Tropaeolum tuberosum is een klimplant uit de (klimkersfamilie) (Tropaeolaceae). De soort is verwant aan de Oost-Indische kers (Tropaeolum majus). De knollen hebben de vorm van een kleine aardappel en zijn opvallend rood, geel en wit van kleur. De plant is in Zuid-Amerika ook wel bekend onder de namen 'añu' en 'mashua'.

De bladeren zijn afwisselend geplaatst, langgesteeld en schildvormig. De bloemen staan solitair in de bladoksels en zijn tweeslachtig . De bloemen bestaan uit vijf vrije kroonbladeren, die oranje tot dieprood van kleur zijn. De vruchten zijn doosvruchten met drie zaden.

De plant is weinig tolerant tegen koude en uitdroging. De oogst volgt zes tot acht maanden na het planten. De planten worden vermeerderd door de kleine knollen te planten. Per hectare kan 20-30 ton worden geoogst.

Teeltwijze

knolcapucien

Knolcapucien kan zowel in de zon als op een half beschaduwde plaats groeien. De geschikte grondsoorten zijn zand, leem en klei.

Zet in maart april de knollen in potjes op een verwarmde plaats. Eind mei, na de ijsheiligen (de plant kan niet tegen vorst) kunt u de plant op de gewenste plaats buiten planten. Geef vooral bij de aanvang geregeld water.

Knolcapucien is een klimplant die tot 250 cm hoog kan worden. U kunt hem gewoon over de grond laten groeien als grondbedekker, voor degenen die veel plaats hebben. Maar meestal wordt hij langs enkele stokken of een steundraad omhoog geleid, om plaats te besparen.

Oogst de knollen die aan het eind van het groeiseizoen ontstaan laat (in september of oktober) maar wel voor de eerste vorst invalt. Elke plant kan tot 1 kg knollen opleveren.

Gebruik

knolcapucien

De knollen van de knolcapucien worden gekookt en als groente gegeten meestal in een hutspotje of in soepen verwerkt. Ze kunnen ook dienen om te roerbakken. De knollen zijn vanwege de scherpe, mosterdachtige smaak voor rauwe consumptie niet geschikt, maar toch zijn de knollen rauw te snipperen door de sla voor een pittige touch. Om de smaak wat milder te maken kunnen de knollen meerdere dagen aan de zon worden blootgesteld.

De bladeren worden vanwege het scherpe aroma als specerij gebruikt. Het blad en de bloemen hebben een zachte tuinkerssmaak en zijn een sieraad in elke salade.

Knolcapucien wordt soms aangewend bij nieraandoeningen, wegens zijn diuretische werking. De knollen zouden ook de reputatie hebben, om anaphrodisiak te zijn.

Knolcapucien
knolcapucien
Taxonomische indeling
Rijk Plantae (Planten)
Stam Embryophyta (Landplanten)
Klasse Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade Angiospermae (Bedektzadigen)
Clade 'nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade Malviden
Orde Brassicales
Familie Tropaeolaceae
Geslacht Tropaeolum
Soort
Tropaeolum tuberosum

In andere talen

  • FRANÇAIS: Capucine tubéreuse
  • DEUTSCH: Knollige Kapuzinerkresse
  • ENGLISH: Mashua
  • ITALIANO: --
  • PORTUGUÊS: --
  • ESPAÑOL: Mashwa ó Isaño
  • DANSK: Spinat/li>
  • POLSKI: Szpinak warzywny
  • NORSK: Spinat
  • SWEDISH: Spenat

Voedingswaarde

per 100 gram

  • 46 Kcal
  • 86 gr. water
  • 11 gr. koolhydraten
  • 0,16 gr. eiwit
  • - gr. suikers
  • 0,01 gr. vet
  • - mg. natrium
  • - mg. calcium
  • - mg. kalium
  • - mg. ijzer
  • - mg. fosfor
  • - mg. magnesium
  • - mg. zink
  • - mg. koper
  • - mg. vitamine A
  • - mg. vitamine B1
  • - mg. vitamine B2
  • - mg. vitamine B6
  • - µg. vitamine B11
  • 67 mg. vitamine C
  • 0,0 mg. cholesterol
  • - gr. vezels

Leuk om weten

De knolcapucien komt van nature voor in de Andes op hoogtes tussen de 2500 en 4000 m in Bolivia, Colombia, Ecuador en Peru. De plant wordt vooral in Zuid-Amerika gecultiveerd. Peru is de grootste producent van de knollen. Buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied heeft de knolcapucien nauwelijks betekenis als voedselplant, maar wordt hij wel als sierplant in de tuin gekweekt. Aan te bevelen is dan enige bescherming tegen de winter, bijvoorbeeld stro of compost.