Columbus trof de zoete aardappel in Haïti aan en bracht hem vóór de gewone aardappel naar Europa. Men denkt dat de verspreiding naar de gebieden ten westen van Amerika gebeurde door Indianen die per vlot de overtocht naar de vele eilanden waagden. Bataten worden tegenwoordig geteeld in tropische, subtropische en sommige gematigde streken.
Algemeen
De
zoete aardappel of bataat (Ipomoea batatas) is
een plant uit de Windefamilie (Convolvulaceae). Het is
geen aardappel, maar de soort behoort wel tot dezelfde orde van
planten als de aardappel namelijk (Solanales). De zoete
aardappel is een zetmeelhoudende knol, een verdikking van de wortels.
Het is een rankende vaste plant die wel 2,5 tot 3 meter lang kan worden. De paarse of witte bloemen die uit de bladosels tevoorschijn komen, zijn vergelijkbaar met deze van boekweit. De plant brengt niet rap vruchten voort, het zijn eivormige zaaddozen van ongeveer 8 mm, die een of twee zwarte zaden bevatten.
Deze uit Zuid-Amerika afkomstige plant ontwikkeld zetmeelrijke knollen met een melige textuur maar een zoete smaak. De knollen kunnen in vorm variëren van rond of ovaal, hebben een dunne huid. Naar gelang de variëteit kan de knol wit, geel, oranje tot paars zijn.
Teeltwijze
Zoete
aardappel groeit het best bij een gemiddelde temperatuur van ongeveer
24° C. en in zeer goede vochthoudende grond. In een serre is
het dus zeer goed mogelijk om deze plant eens uit te proberen.
Vooral 50-60 dagen na het planten, wanneer de nieuwe knollen gevormd worden, is deze plant gevoelig voor droogte. Naar gelang de soort en weersomstandigheden, rijpen de knollen tussen de twee en negen maanden.
Koop plantgoed ook wel "slip's" genoemd, altijd bij een betrouwbare handelaar, die je gezonde planten kan leveren.
Plant de "slip's" zo vroeg mogelijk in het voorjaar als de grond is opgewarmd, of in een verwarmde serre, op ongeveer 2,50cm van elkaar. Bedek de planters met 5cm lichte tuingrond of zand. Als de planten ontkiemen, aard dan nog eens 2,5cm hoger aan. Houd het kweekbed de ganse periode goed vochtig en probeer en bodemwarmte van 21-26° C te behouden.
Maak ondertussen een plantbed klaar om ze verder op te kweken. Hiertoe leg je richels aan van 25-30cm breed en 20cm hoog. Heb je meer dan 1 richel nodig, houd dan een tussen afstand van 1-1,25 meter aan. Maak deze richel(s) goed vochtig en dek ze af met een (zwart) plastiek zeil, om ze goed te laten opwarmen en de vochtigheid vast te houden. Ongeveer 6 weken na het planten als de scheuten geworteld zijn en de plant ±20cm groot is, kan je ze buiten planten op de plaats van bestemming.
Plant de bewortelde "slip's" op de vooraf klaargemaakte richels op 30-45cm van elkaar. In de beginperiode zul je regelmatig moeten schoffelen om het onkruid in bedwang te houden. Geef bij langdurige droge periodes voldoende water, maar drie tot vier weken vóór het oogsten geef je beter geen water meer.
Tegen het einde van de zomer, kan je de eerste knollen beginnen oogsten. Dat doe je als volgt: Verwijder zeer voorzichtig en dus best met de blote hand, de aarde aan de zijkant van de richel, tot je de knollen ziet, neem de grootste knol(len) per plant voorzichtig weg zonder de plant zelf te beschadigen en dek alles weer mooi dicht.
Op deze manier kan je verder gaan tot de eerste nachtvorst in
het vooruitzicht is.
Vóór de eerste nachtvorst, moeten in elk geval alle
knollen geoogst zijn. Gebruik hiervoor best een spitvork en begin
ver genoeg van de plant verwijderd met het uitgraven van de plant
en de knollen. Beschadigde knollen zullen vlug ziek worden, met
de kans dat ze ook de andere aantasten.
Vermijd ook om de bataten teveel te verplaatsen en verzetten en
al zeker niet mee gooien. Laat ze voor het binnen halen liefst
2 à 3 uur na drogen op het veld. Indien mogelijk moeten
ze dan tien tot veertien dagen geklimatiseerd worden op 30° en
een luchtvochtigheid van 85%.
Ziekten en plagen
Om ziekten te voorkomen moet je er u van vergewissen dat je degelijk
gecertificeerd plantgoed hebt aangekocht.
Maak gebruik van een goed plant wisseling systeem. Zie teeltafwisseling.
Muizen zijn
de grootse vijanden voor de zoete aardappel, kijk dus vooraf goed
rond in je tuin of je daar mee te maken hebt, zo ja, dan is het
beter om deze planten niet te telen.
Consumptie & gezondheid
Zoete
aardappel wordt meestal als groente gekookt of gebakken gegeten.
Maar hij wordt ook gebruikt in desserts dankzij zijn zoete smaak.
Hij wordt dikwijls aangewend in carpaccio en remouladesaus.
Bij de bereiding worden de zoete aardappels geschild, gekookt en meestal met kruiden geserveerd als bijgerecht.
Je kan ze ook stomen, pureren een beetje bijzoeten en wat meel
toevoegen. Kneden en balletjes van draaien; bakken in olie.
In tegenstelling tot de gewone aardappel, kunnen de bladeren wel
gegeten worden, gekookt als spinazie.
Naast zetmeel, bevat de zoete aardappel ook sucrose (± 6%)
en wordt hij daardoor soms gebruikt om er via fermentatie en distillatie
een soort alcohol van te trekken.
De knollen kunnen op een koele plaats verschillende maanden bewaart
blijven.
De
zoete aardappel bevat de suiker raffinose, dat winderigheid veroorzaakt
doordat deze suiker niet verteerd wordt in het voorste gedeelte
van het spijsverteringsorgaan, maar pas in de dikke darm. Hierbij
ontstaan de gassen waterstofgas en koolstofdioxide. Het gehalte
aan raffinose verschilt van ras tot ras.
Ook geeft de zoete aardappel een verminderde afbraak van trypsine
(TIA) afhankelijk van het ras van 20 tot 90%. Verhitting bij 90° C
heft de werking op. Er bestaan roze en witte varianten van de zoete
aardappel. De roze variant bevat meer β-caroteen dan de witte variant.
De beide varianten van de zoete aardappel zijn verkrijgbaar in
toko's en op markten (tenzij je ze zelf hebt geteeld).
