Neem vooral deze regel in acht:

Als je een aantasting vaststelt van om het even welke ziekte of plaag,
neem dan altijd alle aangetaste delen volledig weg en verbrand ze
als het kan. Dat moet je doen om verdere aantasting te voorkomen.

Tips om vergiftiging te voorkomen


Wees altijd voorzichtig met bestrijdingsmiddelen. De meeste zijn giftig tot zeer giftig voor mens en dier. Gebruik liever ecologische middelen die op deze website uitvoerig worden beschreven en aanbevolen.

  • Lees altijd voordat u de verpakking opent goed de gebruiksaanwijzing en de waarschuwingen die op het etiket vermeld staan en handel er ook naar.
  • Gebruik noot een middel uit een verpakking waarvan het etiket ontbreekt of onleesbaar is geworden.
  • Zorg ervoor dat het product niet stuift tijdens het oplossen.
  • Vermijd elke aanraking van het product met de huid of uw ogen.
    Delen van uw lichaam die per ongeluk in aanraking zijn gekomen met het product moet u steeds grondig wassen met water en zeep.
  • Niet roken, drinken of eten tijdens het mengen of toepassen van bestrijdingsmiddelen.
  • Spuit altijd bij windstil weer, gebruik geen lekkende spuiten en loop niet door een pas bespoten gewas.
  • Spuit nooit in sloten en reinig ook uw spuitmateriaal in de sloot.
  • Bewaar nooit restanten zonder etiket.
  • Bewaar altijd uw bestrijdingsmiddelen op een vorstvrije, koele en droge plaats, en liefst achter slot. Zorg dat ze buiten het bereik van kinderen en huisdieren staan en niet in de buurt van levensmiddelen.
  • Mocht een kind, ondanks alle voorzorgsmaatregelen bestrijdingsmiddelen naar binnen hebben gekregen, bel dan onmiddellijk uw huisarts en zeg hem over welk product het gaat.
    Doe dat altijd meteen, ook als het kind niet direct vergiftigingsverschijnselen vertoont.

Aardappelmoeheid

Aardappelmoeheid is een plantenziekte op aardappelen die veroorzaakt wordt door een nematode (aaltje), het aardappelcystenaaltje. Er zijn hoofdzakelijk twee soorten cystenaaltjes actief bij onze aardappelen, namelijk: het geel aardappelcystenaaltje "Globodera rostchiensis" en het wit cystenaaltje "Globodera pallida" . Binnen deze twee soorten komen verschillende pathotypen voor die op hun beurt verschillen in hun vermogen om zich te vermeerderen op resistente rassen.

Biologie

Alleen de aardappel is waardplant voor deze aaltjes. De aaltjes voeden en vermenigvuldigen zich op de wortels van de aardappelplant, die daardoor slecht groeit. Op de aangetaste wortels vormen zich cysten, die vol eieren en larven zitten. Deze cysten blijven na de oogst achter in de grond en kunnen opnieuw schade veroorzaken in volgende aardappelteelten. Opbrengstderving en valplekken zijn het gevolg.

Cysten (uit te spreken als siste) zijn niets anders dan opgeblazen ronde vrouwelijke aaltjes, 1 mm groot met een leerachtige huid. In die cysten zitten aanvankelijk zo'n 400 eieren met jonge larven. Die eieren kunnen vele jaren in leven blijven, jaarlijks sterft ongeveer een derde van de eieren.

Pas als er aardappelen in de grond geplant worden, komen de larven uit de eieren. Ze worden gelokt door lokstoffen uit de aardappelwortels en kruipen naar de aardappelwortels.

De verschillende rassen van aardappel verschillen in gevoeligheid voor de verschillende pathotypen. Het is mogelijk om aan de hand van een monster te bepalen welke pathotypen er in de grond zitten, en daar de rassenkeuze van af te laten hangen.

Preventie:

Teel zo veel als mogelijk resistente rassen. en onderhoud een ruime teeltafwisselings periode. Ideaal is om slechts iedere zes jaar op het zelfde perceel aardappelen te telen. Ook het telen van een vanggewas, kan de ziekte enigszins doen verminderen. Een vanggewas, kan schadelijke organismen, zoals insecten en aaltjes lokken en er zo voor zorgen dat het hoofdgewas niet of minder aangetast wordt.

Bestrijding:

De bestrijding van aardappelmoeheid is niet eenvoudig. Maak dus volop gebruik van de preventie middelen. Er zijn in de handel wel chemische bestrijdingsproducten te koop om een grondontsmetting uit te voeren. Vraag ernaar bij uw tuincentrum.

Aardappelziekte (Phytophthora infestans)

Afsterving door aardappelziekte; By Rasbak 14:22 via Wikimedia Commons Aardappelziekte of phytophthora (fytoftora) is een plantenziekte die veroorzaakt wordt door de oömyceet Phytophthora infestans, die een protist is. (Oömyceten lijken erg op schimmels maar zijn het niet, daarom worden ze wel pseudo-schimmels genoemd!)

De aardappelziekte is gevreesd — In de jaren 1845-1849 was deze ziekte in Ierland oorzaak voor een regelrechte ramp. Vrijwel alle aardappeloogsten mislukten, er was hongersnood, de 'Grote Hongersnood' —om de snelheid waarmee de ziekte zich in het gewas kan uitbreiden. Uitgaande van een schijnbaar onbetekenend niveau van aantasting kan een vatbaar gewas binnen een periode van twee weken volledig te gronde worden gericht. De schimmel tast alle boven en ondergrondse delen van de aardappelplant aan. Schade ontstaat door de vernietiging van het loof, waardoor het produktievermogen van het gewas wordt gereduceerd, en door aantasting van de knollen.

Deze ziekte veroorzaakt knolrot en een bruinverkleuring en afsterving van de bladeren en stengels. Op tomaat kan deze ziekte voor vroegtijdige afsterving zorgen. Aardappelen en tomaten staan bekend om hun gevoeligheid voor deze ziekte. Zij behoren tot het geslacht van de nachtschadeachtigen. Ook andere planten uit dit geslacht kunnen gevoelig zijn.

Preventie:

Er zijn rassen die meer of minder resistent zijn. Er is verschil in resistentie van de knol en het loof. Sommige rassen zijn weinig resistent in het loof, maar hebben nog een redelijke resistentie van de knol. Bedrijfshygiëne, zoals het afdekken van aardappelafvalhopen en bestrijding van aardappelopslag, is gezien de overwintering in zieke knollen een voor de hand liggende maatregel.

Bestrijding:

Aardappelziekte is chemisch met fungiciden te bestrijden. Tot de chemische bestrijdingsmiddelen die werkzaam zijn tegen Phytophthora infestans behoren de fungiciden fluopicolide, van Bayer Cropscience (merknaam Infinito®), dat in 2006 voor het eerst toegelaten werd in het Verenigd Koninkrijk en China en mandipropamid van Syngenta (merknaam Revus™), dat in 2005 werd geïntroduceerd.

In de biologische landbouw mogen er geen chemische middelen worden gebruikt en wordt het loof van de aardappelen gebrand, voordat er 1000 aangetaste blaadjes per 20 m² zijn.

Amerikaanse kruisbessenmeeldauw (Sphaerotheca mors-uvae)

Een meeldauwziekte die vooral de kruisbes aantast. Op bessen en jonge scheuten vooral in de top komt vanaf mei-juni een witte schimmellaag. Later verkleurt deze schimmellaag bruin. In het najaar kunnen ook de zwarte bessen aangetast worden. Maar in dat geval blijven de bessen vrij. Bij sterk aangetaste scheuten wordt de top misvormd; deze kan afsterven.

De schimmel zelf overwintert in de bovenste bodemlaag en op de scheuten. Vochtig weer en overdreven stikstofbemesting werken de ziekte in de hand. Ook onvoldoende open snoei, waardoor de lucht niet genoeg door de struiken kan circuleren bevordert deze ziekte.

Preventie:

Geef de struiken een goed verluchte plaats en zorg voor een geregelde snoei. Geef niet teveel stikstof om te slappe groei van de scheuten te voorkomen. Indien nodig kun je eventueel spuiten met heermoes- en zeewierextract of met gesteentemeel om het blad te versterken. Kies voor rassen die minder gevoelig zijn aan deze ziekte, zoals Ben Nevis, Ben Lomond, Ben Sarek, Black Reward en Baldwin Hilltop.

Bestrijding:

Knip alle aangetaste scheuttoppen weg tot op het gezonde blad. Verwijder ook de aangetaste bessen. In uiterste nood spuit je voor en kort na de bloei eenmaal met spuitzwavel.

Als de bessen ongeveer zo groot zijn als een erwt, kunt u nog bespuiten met "dinocap" er zorg voor dragend dat u de bessen aan alle kanten goed raakt, en herhaal deze behandeling enige keren.

Bacterie ziekten

Net als bij de mensen en dieren kunnen diverse bacterien ook ziekten veroorzaken bij de planten.

Bacteriehartrot Erwinia carotovora

Deze bacterieziekte bij knolselder, komt aan het licht wanneer de voet van de hartbladeren rot en deze rotting op de knol overgaat. Waarschijnlijk komt de bacterie de plant binnen via wonden die veroorzakt zijn door wantsen en slakken of na een strenge vorst.

Preventie:

Tracht deze ziekte te voorkomen door voor goede cultuuromstandigheden te zorgen, zoals goed gedraineerde grond; en door gebruik te maken van samengestelde meststoffen.

Bestrijd wantsen en slakken en bescherm de knollen in de winter tegen vorst.

Bacteriebrand Pseudomonas Xanthomonas campestris

Op de bladeren van de walnoot komen kleine bruine vlekjes, bij een sterke aantasting gaan de bladeren vroegtijdig afvallen. Op de bolsters ontstaan zwarte, natte rottige vlekken. Bij een infectie vroeg in de zomer, dringen de bacteriën door de schaal zodat de noot rot en slijmig (=natrot) wordt.

Preventie:

Deze ziekte komt wel eens voor bij overbemesting. Houd de grond dus beter iets schraler. Bij jonge bomen die sterk groeien, kunnen de scheuten worden aangetast. Als dit op een koptak of een gesteltak voorkomt, kunt u beter deze tak voledig verwijderen en met een nieuwe tak beginnen.

Ruim alle zieke bladeren en bolsters op en geef ze mee met het tuinafval, of graaf ze ergens in uw tuin in een diepe put onder.

Kies voor ziekte resistente soorten.

Bestrijden:

In het voorjaar, kort voor de bloei en bij het verschijnen van de jonge vruchten kan er gespoten worden met een koperoxychloride zoals "Cuperit". Gebruik 50 gram per 10 liter water en spuit 2 tot 3 maal. Opgelet, er zijn landen waar dit product niet toegelaten is. Vraag info bij uw tuincentrum.

Bacteriekanker Pseudomonas mors-prunorum

Bacteriekanker (Pseudomonas syringae) is een zeer moeilijk te bestrijden bacterieziekte, die vooral optreedt bij steenvruchten zoals kersen, pruimen en perziken. De meeste infecties vinden plaats in de herfst tijdens nat en winderig weer of in het voorjaar bij vochtige omstandigheden. De bladeren raken vervolgens geïnfecteerd. In het voorjaar verspreiden de bacteriën zich van het blad naar de schors. De bacteriën kunnen zeer gemakkelijk langs wonden binnendringen, bijvoorbeeld na het snoeien, door scheuren door vorstschade of in de herfst bij de bladval.

Op de stam en de takken verschijnen wratachtige, langgerekte, onregelmatige verdikkingen. Bladeren verwelken en takken sterven af. Ook stukken schors sterven af en van onder de schors komt goudbruine gom tevoorschijn. De knoppen van de geinfecteerde takken lopen niet meer uit.

Deze ziekte die veel vergelijkenis vertoont met de Monilia-ziekte is heel moeilijk te bestrijden.

Preventie:

Snoei zo snel mogelijk in de lente of de zomer en bij droog weer alle aangetaste plantedelen weg. Probeer gezonde takken te stompsnoeien (na de pluk), dat wil zeggen laat ongeveer een 15 à 20 cm lang stompje staan. Na het snoeien de wonden dicht smeren met wondafdekmiddel: «Subopast» of «KB Snoeiwonden» Al het snoeihout moet direct verwijderd worden.

Vermijd een te zure en natte standplaats. Bekalk indien nodig. Altijd vroeg beginnen met bestrijden (april-mei), want bomen met bacteriekanker vormen een potentiële infectiebron voor de andere bomen in de naaste omgeving.

Bacterievuur Erwina amylovora

Bacterievuur is een zeer gevaarlijke ziekte bij de peer. In sommige jaren slaat de bacterie in alle hevigheid toe en worden niet alleen peren maar ook appels, meidoorns, lijsterbessen, vuurdoorns en enkele cotoneastersoorten aangetast. In een warm voorjaar worden de bomen al tijdens de bloei aangetast. De bacterie overwintert in de aangetaste delen, van waaruit in het voorjaar de gezonde bomen worden aangetast.

Aangetaste scheuten kunnen zeer snel verwelken en bruin tot zwart verkleuren. Bij warm weer ontwikkeld zich hierop een soort slijm, dat aanvankelijk wit is en later oranje tot bruin verkleurt. Zolang de bacterie in dit slijm is gehuld, is ze niet in staat nieuwe, gezonde delen aan te tasten. Als de slijmmantel is opgedroogd, dan sterft ook de bacterie.

De verspreiding van deze ziekte gebeurt door: insecten, vogels, regen, hagel, wind, mensen en gereedschap.

Bestrijding:

De ziekte is niet te bestrijden. Het enige dat u kunt doen "en waartoe u ook wettelijk verplicht bent" is alle takken, bomen of struiken die door bacterievuur zijn aangetast, afzagen of rooien en ter plaatse verbranden.

Verder is het belangrijk bloemen weg te halen die na juni ontstaan, het opslag van de onderstam weg te snoeien en alle snoeiwonden af te dekken.

Bloemkoolziekte Corynebacterium fascians

Deze bacterie kan verschillende planten aantasten. Hij tast vanuit de grond de planten aan via wondjes. Aangetaste planten gaan niet dood, maar produceren zeer vele, korte, wratachtig uitziende, verdikte scheuten met misvormde bladeren. De ziekte wordt verspreid door stekken van zieke planten en soms door zaden zoals o.a. bij lathyrus en Oostindische kers.

Aangetaste planten vernietigen en vooral niet voor vermeerdering gebruiken.

Bewaarrot (Alternaria radicina)

Dit rot tijdens de bewaring treedt gewoonlijk op bij knollen, bollen, vruchten en groentegewassen die al beschadigd waren. Er zijn meerdere oorzaken die aan de basis liggen van bewaarrot. Hou in elk geval rekening met onderstaande vuistregel, bij het bewaren van groenten, fruit en bloembollen.

De bewaring moet plaats vinden onder koele en droge omstandigheden. Controleer regelmatig en verwijder telkens de aangetasten planten of knollen.

Zachtrot Erwinia carotovora

Bij deze ziekte, is het een bacterie die de weefsels van de planten aantast en zachtrot veroorzaakt. Dit virus komt de planten binnen via beschadigd weefsel van over het algemeen planten die te slap zijn gegroeid of bij planten op slecht gedraineerde grond.

Bollen en knollen, zoals aardappel en uien enz... zijn daar zeer gevoelig voor. Aangetaste planten steeds verwijderen en vernietigen.

Penicilliumziekte Penicillium-soorten

De sporenmassa's van deze schimmel hebben een blauwgroene kleur. Ze komen dikwijls voor op op reeds beschadigde of afgestorven plantedelen. Ze zijn dikwijls hinderlijk tijdens de bewaring van bollen, knollen en groenten. Je treft ze het meest aan bij vochtige omstandigheden. Dus bewaar uw aardappelen of andere groenten als kolen enz. in een droge omgeving.

Sclerotiënrot Sclerotinia sclerotiorum

Sclerotinia tast zowel de meest uiteenlopende cultuurgewassen als onkruid aan. Het veroorzaakt een "zachtrot" bij wortelgewassen tijdens de bewaring. Het kan tevens rotting veroorzaken bij diverse kruidachtige planten, zowel buiten als onder glas.

Ook hier het zelfde devies: Verwijder en verbrand alle aangetaste delen. Bewaar alleen gezonde planten of groenten ook aardappelen enz...

De grond steriliseren waar aangetaste planten hebben gestaan, dood wel de schimmel, maar de sclerotiën blijven leven.

Bladvalziekte (Drepanopeziza ribis)

Vanaf juni kan je de eerste tekenen van bladvalziekte opmerken, vooral na lange regenperiodes. Het begint met kleine, bruine vlekjes in de bladschijf. Later worden de bladeren geel en in de zomer vallen ze af. De schimmel vormt sporen die op aangetaste afgevallen bladeren overwinteren. Het jaar daarop ontwikkelen van half maart tot eind mei die sporen zich onder invloed van regen zich tot schimmel.

Hoe erg de aantasting wordt, hangt af van de tijd die de bladeren nodig hebben om op te drogen. Onder zware netten duurt dat langer. Ook de temperatuur, de ontwikkeling van de sporen en de vatbaarheid van het ras spelen een rol.

Preventie:

Bladvalziekte kun je voorkomen door resistente rassen te gebruiken. verwijder en vernietig afgevallen bladeren. Zo neem je de infectiehaard weg. Preventief spuiten met heermoesaftreksel, basalt of lavameel ter versteviging van de plant helpt ook.

Bladvlekkenziekte

Een groot aantal uiteenlopende schimmels en sommige bacteriën veroorzaken bladvlekken. De meeste van deze ziekten zijn specifiek voor een bepaalde waardplant; goede tuinhygiëne en het opruimen van tuinafval voorkomt in vele gevallen ernstige aantasting.

Zowel op de bovenzijde als op de onderzijde van het blad verschijnen vrij grote, soms zwarte hoekige vlekken. Het zieke notenblad vergeelt en valt vroegtijdig af.

Op de scheuten en bolsters ietwat ingezonken scherpbegrensde bruine vlekken. De noot zelf kan ook soms bruin worden en verdrogen (= droogrot). Nat lenteweer bevordert de infectie; deze gaat uit van zieke afgestorven bladeren die in de nabijheid van de bomen blijven liggen.

Bladvlekkenziekte bij selder Septoria apiicola

De ziekte gaat dikwijls met het zaad over en veroorzaakt bruine vlekjes met lichte rand en zwarte puntjes op het blad. Zowel zaailingen als de grote planten van snijselder en knolselder kunnen worden aangetast. Als de ziekte eenmaal aanwezig is, wordt ze door middel van sporen vlug over het ganse plantsoen verspreid.
Koop gezond zaad of zaad dat ontsmet is, en bij een betrouwbare handelaar.
Reeds bij de zaailingen kan je beginnen spuiten met koperoxychloride en dit gedurende de ganse teelt regelmatig herhalen. Niet spuiten onder glas.

Bladvlekkenziekte bij komkommer Didymella bryoniae

Grijsbruine, grote ronde vlekken op de bladeren wijzen op deze schimmelziekte, die het blad doet verdorren. Ook op de stengels komen zwartbruine vlekken. De ziekte kan groeistagnatie veroorzaken en de vruchten doen verrotten.
Om dit te voorkomen moet je steeds zeer hygiënisch tewerk gaan en aangetaste plantedelen of desnoods de gehele plant verwijderen en verbranden.
In de kas kan je spuiten met zineb en de luchtvochtigheid verlagen door goed te luchten.

Bladvlekkenziekte bij tomaten Fulvia fulvum

Komt zeer vaak voor bij tomaten in de kas, maar is minder hinderlijk. De sporen van deze schimmel worden aan de onderkant van de bladeren gevormt in een bruin schimmelpluis, en overwinteren op de afgevallen bladeren. Om te voorkomen kan je de planten bespuiten met zineb en dit na 10-14 dagen nog eens herhalen. Na ernstige aantasting de kas goed ontsmetten na de teelt.

Bladvl-ziekte bij Anjers

Verschillende schimmels veroorzaken bladvlekken bij Dianthussoorten. Op D. barbatus en D. caryophyllus veroorzaakt een Alternaria-soort bleke, ronde of ovale vlekken, omgeven door een paarse rand. In iedere vlek in het midden zie je schimmelpluis met zwarte sporenhoopjes. Een andere schimmel die de beide soorten aantast, veroorzaakt kleine, ronde roodpaarse vlekken die later bruin worden in het midden. Aangetaste bladeren sterven aan de bladtoppen af. Bij D. plumarius veroorzaakt Alternaria dianthi op de bladeren asgrauwe vlekjes, die later bruin worden. Heteroptatella valtellinensis openbaart zich op de bladeren van kas- en tuinanjers door vlekken in de vorm van banden; soms is alleen de bladtop verkleurd.

Preventie:

Gebruik steeds gezond zaad, of zaad dat behandelt is met een zaaizaadontsmetter. Ruim na het vallen van de bladeren (en de zieke vruchten) alles goed op en vernietig ze of composteer ze. Gebruik deze compost NIET opnieuw in de omgeving van notenbomen!
U kan ook in het begin van de zomer twee tot drie maal preventief spuiten met een oplossing van 50 gram koperoxychloride per 10 liter water. Vraag hierover inlichtingen in uw tuincentrum.

Een strenge hygiëne toepassen in de kasteelt en alle aagetaste plantedelen moeten worden verwijderd. De luchtvochtigheid verlagen door flink te luchten. Na de teelt de kas ontsmetten. Bij selder niet bespuiten in de kasteelt

Bestrijden:

Zodra zich bladvlekken voordoen, de aangetaste bladeren verwijderen, om de 14 dagen bespuiten met Zineb of Captan.

Brand

Deze planteparasitaire schimmels, waarvan enkele met het zaad overgaan, leven met hun schimmeldraden in het plantenweefsel, zodat de aantasting pas te zien is wanneer de zwarte sporen worden gevormd. Deze levenswijze noemt men systemisch. Aangetaste planten gaan niet dood en groeien meestal door. Maar ieder jaar worden er weer nieuwe sporen gevormd die zich verspreiden en gezonde planten aantasten. Daarom moet je alle aangetaste planten vernietigen.

Bestrijding:

Aangetaste planten bespuiten met chemische middelen heeft geen enkele zin. Gezonde planten die in de buurt staan van aangetaste kunt u bespuiten met een koperoxychloride. Aangetaste planten vernietigen en een goede vruchtafwisseling toepassen.

Brandnetelvirus

Dit virus veroorzaakt een bizarre vervorming van het blad waardoor de middelste lob veel langer gerekt is dan bij een gezond blad. Bovendien zijn de bladranden veel grover gezaagd dan normaal. Het blad krijgt daardoor het uitzicht van een brandnetelblad. Brandnetelvirus maakt je struiken onvruchtbaar!

Preventie:

Kies resistente rassen. Koop struiken aan die gegarandeerd virusvrij zijn en eis die garantie van je leverancier. Deze ziekte is nauwelijks of niet te bestrijden. Aangetaste planten moet je beslist opruimen en verbranden.

Champignonziekte

Er zijn verschillende bacteriën en schimmels die ziektes veroorzaken bij champignons, maar meestal (en gelukkig) zijn de gevolgen niet heel ernstig.

Wanneer uw champignons, scheve misvormde hoeden hebben die dan ook nog eenzijdig opengaan, spreken we van de mummieziekte. In dat geval moet je de zieke champignons afzonderen door er op een afstand van 1,50 meter een geul omheen te graven. De bodem goed schoon maken en eventueel een fungicide strooien en verder droog houden.

Preventie:

  • verwijder na het plukken alle myceliumresten
  • ontsmet de grond met een oplossing van ½ liter formaline per m³
  • Houd de ruimte dan één nacht gesloten en daarna goed luchten.

Als er virusziekten optreden moet je plukken vóór ze open gaan, om sporenverspreiding tegen te gaan, en ook:

  • Direct na het enten een vliegenbestrijding toepassen
  • Alle houtwerk na een zieke teelt ontsmetten, door het in een oplossing van 4% natrium-pentachloor-fenolaat aangevuld met 0,5-1% soda te dompelen. Na droging goed afspuiten met water.
  • Gereedschap ontsmetten met formaline.
  • Een zo goed mogelijke hygiëne nastreven.

Chlorose

Bij chlorose-verschijnselen wordt het bladgroen licht, geel of zelfs wit. Dit kan worden veroorzaakt door virussen of door gebrek aan bepaalde mineralen. Het laatste komt vooral op kalkrijke grond voor. Nadat grondonderzoek heeft aangetoond welk mineraal tekort is, kan de chlorose worden opgeheven met de voorgeschreven meststoffen.

Chlorose die door een virus wordt veroorzaakt kan niet worden bestreden; dan moet u de aangetaste planten vernietigen.

Sommige overblijvende planten vertonen in het voorjaar bij het boven de grond komen een sterke chlorose, die door een lage temperatuur wordt veroorzaakt en spoedig weer verdwijnt.

Dode-armziekte

Deze ziekte die soms bij druiven voorkomt, kan je herkennen aan Ingezonken donkerbruine tot zwarte vlekjes met een gele rand op de bladeren. Deze tekenen wijzen op een aantasting van de schimmel Phomopsis viticola. De scheuten waarop je zwarte vlekjes en barstjes ziet, blijven achter in groei en sterven uiteindelijk af. Als je het afgestorven hout doorsnijdt, zie je vaak bruine vlekken op het snoeivlak.

Bestrijding:

Snoei de aangetaste delen tot ongeveer 30 cm in het gezonde hout terug en verbrand de afgesneden stukken. Snoei zieke druivelaars altijd het laatst en behandel het snoeivlak met entwas. Opgelet: snoeimateriaal waarmee je in een ziek hout hebt gewerkt, moet je altijd eerst ontsmetten voor je het opnieuw gebruikt.

Droog hartrot ( Rhizoctonia solani)

Het hart van de plant verkleurt bruinrood. Bij ernstige aantasting sterven de groeipunten af. Bloemstelen ontbreken gedeeltelijk of helemaal. Aangetaste planten vallen uiteen of groeien erg plat omdat de hoofdknoppen ontbreken. Je hebt hier vooral problemen mee bij planten die je te diep hebt geplant of die onder plastic of glas staan.

Droogrot ( Stromantinia gladioli)

Dit is een ziekte die optreedt bij gladiolen en enkele andere knolgewassen. Tijdens de groei worden de bladeren, beginnend bij de buitenste, geel en sterven af. Op de schedebladeren onder en boven de grond vindt men zwarte sclerotiën ter grote van een speldekop. Op de knollen zwarte, meestal nauwelijks ingezonken vlekken. Van ernstug aangetaste knollen zijn de vaatbundels op dwarsdoorsnede bruin verkleurd. De wortels gaan eveneens tot rotting over.

Bestrijding:

Zieke planten en ook die in de omgeving zo spoedig mogelijk met knol en al uit de grond halen en vernietigen. Gezonde knollen bepoederen met "dichloran". Besmette gronden bovendien bespuiten met dichloran-spuitpoeder volgens gebruiksaanwijzijng.

Fusarium

botrytisDe schimmel kan de wortels van de plant binnen dringen en in de vaatbundels terecht komen. Fusarium scheidt giftige stoffen af en verstopt de vaatbundels. Bladeren die via deze vaten van vocht worden voorzien, verwelken. Op afgestorven delen van de plant worden sporen gevormd die op de grond en op de kasconstructie terecht komen. Deze sporen kunnen zich ook aan zaden hechten en het zaad besmetten. De sporen kunnen tot op 90 cm diepte in de grond voorkomen waardoor ze bij het stomen niet altijd worden uitgeschakeld. De schimmel ontwikkelt zich optimaal bij een temperatuur van 28° C. Op dit moment zijn van deze schimmel twee fysio's bekend.

De plant verwelkt aan een kant. Soms verwelken ook de bladeren aan een kant. Aangetaste bladeren verkleuren geel tot bruin en sterven vervolgens af. Aan de kant waar de verwelking optreedt, zijn de vaatbundels bruin verkleurd, soms tot op grote hoogte. De stengels worden hol en de groei van de plant stagneert. Op afgestorven delen is schimmelpluis met roze sporemassa's zichtbaar.

Bestrijding:

Er bestaat geen bestrijding voor aangetaste planten, verwijder ze met wortel en al en vernietig ze. Kweek hierna geen gevoelige planten meer op deze plaats.

Fysiologische afwijkingen

Om bij planten een gezonde groei te bekomen, zijn enkele basis voorwaarden strikt noodzakelijk. Deze zijn: Licht, lucht, water, temperatuur en minerale zouten. Als er één of meerdere van deze elementen ontbreekt treden gewoonlijk fysiologische afwijkingen op.

De watertoevoer moet regelmatig zijn, ofschoon de benodigde hoeveelheid afhankelijk is van het groeistadium van de plant. Moeilijkheden ontstaan wanneer de watergift onvoldoende, te overvloedig of te onregelmatig is.

Minerale zouten moeten in voldoende hoeveelheden, in opneembare vorm, in de grond aanwezig zijn. Wanneer de lucht te vochtig is kunnen oedeemverschijnselen optreden en kunnen zich schimmelziekten ontwikkelen; een te droge atmosfeer kan slechte groei en knopval veroorzaken.

Zowel bij te hoge als bij te lage temperaturen doen zich verschillende ziekteverschijnselen voor die meestal bij de betrokken plant beschreven zijn. Lichtgebrek levert slappe, dunne, kleurloze planten op waarvan de bloei vermindert of soms zelfs helemaal achterwege blijft.

Al deze verschijnselen, veroorzaakt door ongunstige fysiologische omstandigheden zijn veelal te wijten aan een combinatie van factoren en kunnen alleen worden opgeheven door goede cultuurmaatregelen toe te passen. Slecht verzorgde planten kunnen jaren nodig hebben om zich te herstellen. Soms kan een bladbestuiving met voedingsstoffen helpen.

Gebarsten vruchten

Als de vruchten op korte tijd veel water opnemen, kan de vruchtwand niet snel genoeg meegroeien. De vruchten gaan dan barsten.

Preventie:

Druiven nemen ook vocht op door hun vruchtwand. Je moet dus oppassen met vochtige lucht. Als de luchtvochtigheid te veel schommelt, verhardt de vruchtwand zodat hij sneller barst. Voldoende luchten en goed snoeien is het beste advies. Zodra de druiven beginnen te kleuren moet je zuinig zijn met het gieten. Ook een te hoge zoutconcentratie zorgt voor een hardere, minder elastische schil. Overdrijf ook niet met stikstof, want dat geeft altijd een te grote saptoevoer naar de vruchten.

Gomziekte

De gomziekte van de steenvruchtbomen kan door zeer verschillende oorzaken teweeggebracht worden. Een ongepaste standplaats, te overvloedige bemesting of een slechte bodemstructuur. Als deze oorzaken niet worden weggenomen, is bestrijden bijna onmogelijk.

Preventie:

Heeft uw boom elk jaar deze ziekte zonder aanwijsbare oorzaak, dan kunt u hem maar beter rooien. Gomziekte kan redelijk goed voorkomen worden door de grond voldoende te bekalken en een goede bodemstructuur te handhaven. Zorg ook voor een gezonde, evenwichtige boomgroei door jaarlijks te snoeien en tijdig te dunnen.

Zorg dat de takken en jonge bladeren sneller kunnen opdrogen. De schimmelsporen kunnen alleen maar ontkiemen in een vochtige omgeving. Luchtig gesnoeide bomen en een ruime, winderige standplaats zorgen voor minder aantasting.

Grauwe schimmel of vruchtrot (Botrytis cinerea)

botrytis

De Grauwe schimmel, vruchtrot of Botrytis-rot (Botryotinia fuckeliana anam. Botrytis cinerea) is een zwakte parasiet en kan zowel kiemplanten als alle delen (blad, bloemdelen, stengel, vrucht) van planten aantasten. Bij een hoge luchtvochtigheid of een nat gewas vindt de aantasting via kleine wondjes of afgevallen bloempjes plaats en groeit de schimmel verder op afstervend en dood plantmateriaal. Van hier uit kan het ook levend materiaal aantasten. Soms wordt de aantasting pas veel later zichtbaar. Zo vindt de aantasting bij aardbei plaats tijdens de bloei, maar komt pas tot uiting op de vrucht.

Grauwe schimmel komt op zeer veel plantensoorten voor.

Op de aangetaste delen ontwikkelen zich eerst bruine vlekken waarop later een grijs schimmelpluis gevormd wordt.

De gegeven namen voor de aantasting verschillen afhankelijk van het gewas en het deel van de plant dat wordt aangetast. Vaak heet de aantasting Grauwe schimmel, maar de aantasting kan ook andere namen hebben. Zo heet de aantasting:

  • kiemplanteziekte bij kiemplanten
  • voetziekte bij erwt, peul
  • smet en smeul bij sla, andijvie, koolrabi, chinese kool
  • vruchtrot bij aardbei
  • rot bij boon, aardbei

Soorten:


Conidien:

De schimmelsporen (conidia) dringen onder vochtige omstandigheden plantendelen binnen via wondjes, bloemblaadjes van uitgebloeide bloemen, kroonbladeren, bladpunten en stengeltjes van kiemplantjes. Het aangetaste weefsel wordt zacht en gaat rotten. Hierop worden sporendragers (conidioforen) gevormd, die weer nieuwe sporen vormen. Deze sporen kunnen voor nieuwe aantastingen zorgen.

Sclerotium:

De schimmel kan ook voor overwintering en overleving in slechte tijden een sclerotium vormen dat bestaat uit zeer dicht op elkaar gepakte schimmeldraden. Deze sclerotiën overleven op dood plantmateriaal of los in de grond. Na de winter vormt het sclerotium schimmeldraden, waarop sporendragers ontstaan, die weer sporen vormen.

Preventie:

  • Zorg voor een ruim en luchtig gewas dat snel opdroogt.
  • Teel rassen met een goede resistentie.
  • Verwijder bij nat weer een paar bladeren rond de vruchten zodat ze sneller opdrogen.
  • Dun vervangscheuten op tijd uit.
  • Gebruik niet te veel stikstofrijke bemesting.
  • Beschadig bij de grondbewerking zeker de stengels niet.
  • Verwijder zorgvuldig alle onkruid.
  • Spuit af en toe met zeewierextracten, heermoesaftreksels of gesteentemelen ter versterking van de plant.

Bestrijding:

Verwijder en verbrand aangetaste delen. Een goede hygiëne kan veel ongemak voorkomen. Sommige planten dienen apart te worden beschermd door bespuiting.

  • Zacht fruit (aardbei...) kan worden bespoten met captan, thiram of dichofluanide vóór dat de eerste bloemen open gaan.
  • Groentegewassen moet je vóór het planten of zaaien behandelen met quintozeen en na het planten stuiven met zineb. Onder glas kan je eventueel roken met toegestane speciale rookmiddelen (vraag dit in uw tuincentrum).

Hagelschotziekte (Septoria gladioli)

In de bladeren ontstaan ronde, bruine vlekken. Na enige tijd vallen de afgestorven stukjes weefsel uit de bladeren, waardoor gaatjes ontstaan.

Deze symptomen kunnen worden veroorzaakt door de aanwezigheid van de bacterie "Pseudomonas syringae" en de schimmel "Stigmina carpophila"; deze treden op bij kersen, pruimen en sierkerssoorten.

Bestrijding:

Tegen Stigmina direct na de bloei spuiten met spuitzwavel, na twee weken herhalen. Tegen de bacterieziekte kan men alleen iets bereiken door verbetering van de bodemstructuur, waterhuishouding en zuurgraad, matig stikstof geven en uitsnoeien van de aangetaste takken.

Hardrot (Septoria gladioli)

Deze schimmel tast hoofdzakelijk gladioleknollen aan, maar kan ook Acidanthera, Crocus en Freesia besmetten. Op de gerooide bollen zie je donkerbruine, diep ingezonken plekken, waarin zich vaak kleine, zwarte sporendoosjes bevinden. Tijdens vochtig weer worden deze sporen verspreid. De schimmel overwintert op plantenafval in de grond, daarom moeten aangetaste planten worden verwijderd en verbrand.

Bestrijding:

Voorkom het rotten van de knolen door ze te bepoederen met "dichloran".

Heksenbezem (Taphrina-soorten)

Heksenbezem of dwergziekte herken je aan een bos abnormaal grote scheuten, die alle vanuit één punt op de geinfecteerde takken van houtachtige gewassen groeien. Bij frambozen zorgt dat voor misvormde bladeren en bladachtige bloemen. De vegetatieve groei komt in de lente later op gang.

De oorzaak van deze ziekte is een mycoplasma dat door twee soorten cicaden (Macropsis fuscula en Typhocyba) verspreid wordt. De eitjes van deze cicaden overwinteren onder de schors. Zowel frambozen als braambessen hebben er last van.

Bestrijding:

De besmette takken afsnoeien tot diep in het gezonde hout en de wonden met een wondontsmettingsmiddel afdekken.

Honingzwam (Armillaria mellea)

Honingzwam is een van de schadelijkste grondschimmels, die bijna iedere plantesoort aantast, inclusief bollen, kruidachtige planten en groentegewassen. Hij wordt vooral gevonden op bomen en heesters.

De schimmel maakt in het najaar honingkleurige paddestoelen; de sporen brengen de ziekte niet op gezonde gewassen over; ze infecteren alleen stompen van omgezaagde bomen. De schimmel leeft dan ook gewoonlijk als saprofyt op dood hout, van waaruit hij door de wortels in de grond groeit door middel van op schoenveters gelijkende schimmeldraden (rhizomorphen). Wanneer deze rhizomorphen gezonde plantewortels raken, dringen ze hierin binnen. De schimmel dringt dan tussen bast en hout verder de plant in en doet deze op de duur afsterven.

Bestrijding:

Dode en kwijnende planten direct verwijderen; zoveel mogelijk wortels en rhizomorphen meenemen en alles verbranden. Grond verversen en omgeving zo mogelijk ontsmetten met formaline of carbolineum.

Japanse roest (Puccinia horiana)

Japanse roest is een zeer ernstge ziekte bij chrysanten die op de bovenzijde van de bladeren ½ tot 2 cm grote, lichte, ronde, ingezonken plekken veroorzaakt. Aan de bovenzijde van deze vlekken zie je witte sporenhoopjes.

Preventie:

Zorg voor een goede hygiëne en een lage luchtvochtigheid. Aangetaste en zelfs verdachte planten direct voorzichtig verwijderen en verbranden.

Kanker Nectria galligena

Kanker bij fruit wordt veroorzaakt door de schimmel 'Netria galligena'. De aantasting van gezonde bomen vindt plaats in het najaar en de winter, via wonden die onder andere door het snoeien en de bladval ontstaan. In het voorjaar wordt de aantasting pas zichtbaar als ingezonken plekjes op de takken. Deze plekjes worden steeds groter. Toevoer van water en voedingsstoffen naar hogere gedeelten van de aangetaste takken wordt dan onmogelijk. Daardoor verwelken deze en later sterven ze af.

Bestrijding:

Zodra u zo'n ingezonken plek ziet op een dikke tak, moet u deze met een scherp mes tot op het gezonde weefsel wegsnijden en de wond afsmeren met een afdekmiddel. Aangetaste dunne takkjes snoeit u af tot op het gezonde hout. Ook moet u na het snoeien de wonden met een afdekmiddel dichtsmeren.

Kiemplantenziekte

Een ziekte die, meestal onder glas bij kiemplanten en jonge stekken, optreed en wordt veroorzaakt door verschillende schimmels en bacteriën vooral bij te koude of te natte grond.

De ziekte kan ook nog toeslaan in volle grond op juist uitgeplante en reeds besmette planten.

Preventie:

Voorkomen door een goede hygiëne en de juiste cultuuromstandigheden na te leven.

  • Alle tabletten, kistjes of potten ontsmetten met een 5% kopersulfaat-oplossing, en nabehandelen met kopernaftanaat en goed uitluchten.
  • Zaai- en stekgrond behandelen met captan -stuifpoeder en licht inwerken, vergeet ook de potgrond niet.
  • Gebruik voor stekken een stekpoeder op basis van captan.
  • Aangetaste plekken behandelen met captan-stuifpoeder en spuiten tussen de planten.

Knolvoet Plasmodiophora brassicae

botrytisKnolvoet (Plasmodiophora brassicae) is een van de belangrijkste ziekten bij kool. De ziekte werd voor het eerst in Europa vernoemd in de dertiende eeuw. In de tweede helft van de negentiende eeuw ging in Sint-Petersburg door knolvoetaantasting een groot deel van de kooloogst verloren. In 1875 ontdekte de Russische wetenschapper Mikhail Woronin de oorzaak van knolvoet en noemde het een "plasmodiophorous organism" en gaf het de wetenschappelijke naam Plasmodiophora brassicae.

Aan de wortels ontstaan onregelmatige zwellingen en het blad krijgt een loodachtige kleur. In een later stadium gaat de plant slap hangen. Knolvoet is chemisch niet te bestrijden. Ter voorkoming van besmetting moet een zeer ruime vruchtwisseling van 4 tot 7 jaar worden aangehouden en moeten ook de kruisbloemige onkruiden, zoals herderstasje, en andere gewassen goed bestreden worden. Ook kan op kleigrond knolvoet tegengegaan worden door de ph. te verhogen, bijvoorbeeld door het toevoegen van kalk. De vroege teelten hebben minder last van knolvoet, omdat de grondtemperatuur dan nog relatief laag is. Knolvoet kan bij temperaturen tussen 10 en 35° C groeien, maar ontwikkelt zich pas goed bij een grondtemperatuur van boven 15° C. De optimale temperatuur voor knolvoet is tussen 20 en 25° C.

Verder houdt deze ziekte van een natte grond en een lage ph. Op grond met een ph. van 7,2 of hoger komt geen knolvoet voor, omdat er dan geen secundaire zoösporen gevormd worden. Eenmaal besmette grond wordt nooit meer knolvoetvrij, omdat de rustsporen nooit hun kiemkracht verliezen. In gebieden in Noord-Holland, de zogenaamde koolstreek, kan zonder knolvoetproblemen elk jaar op dezelfde grond kool geteeld worden.

Knolvoet vormt:

  • Zoösporen met twee zweepdraden (flagellen)
  • Meerkernige protoplasten (plasmodia)
  • Oösporen (rustsporen of cysten), die na een zeer lange tijd nog kunnen kiemen.

De knolvoet kan zich alleen op levend plantenweefsel vermeerderen en leeft tussen de wortelcellen (intracellulair).

Knolvoet overwintert met de rustsporen. Onder voor knolvoet gunstige omstandigheden kiemen de rustsporen en vormen primaire zoösporen, die de wortelharen van de plant infecteren. In de wortelharen wordt een primair plasmodium gevormd, dat meerdere kernen van zoösporen bevat. In het plasmodium ontwikkelen zich sporangia. De sporangia vormen 4 tot 8 secundaire zoösporen, die naar buiten zwemmen naar de buitenkant van de wortelharen. Buiten de plant vindt een bevruchting plaats tussen twee zoösporen (plasmogamie), waardoor een amoebe met twee celkernen ontstaat. Deze amoebe dringt dan weer een wortelhaar binnen. Een aantal van zulke amoeben vormt een secundair plasmodium met wederom meerdere kerncellen, waarin sporangia worden gevormd. In de sporangia worden via meiose rustsporen (oösporen) gevormd, die na het afsterven van de plant in de grond terecht komen. Onder gunstige omstandigheden ontwikkelen zich daaruit weer nieuwe primaire zoösporen.

Bestrijding:

Knolvoet bestrijden is uiterst moeilijk in de hobbytuin. U kunt dus beter voorkomen dan genezen. Enkele preventie maatregels zijn:

  • Op besmette grond gedurende zeven jaar geen kolen of andere kruisbloemige planten kweken. Zorgen voor een geregelde vruchtafwisseling iszeer belangrijk.
  • De zuurtegraad (pH) van de grond eventueel verhogen met kalkhoudende meststoffen of met gebluste kalk, kalkcyanamide, overbekalking kan wel leiden tot gebreksziekten bij bepaalde gewassen!
  • Steeds gezonde planten kopen of nog beter: zaai en pot zelf uw koolplanten in zuivere potgrond vrij van knolvoetziekte.
  • Nooit aangetaste bladeren of koolstronken op de composthoop gooien.
  • Gebruik resistente soorten (bloemkool en Chinese kool zijn het gevoeligst, boerenkool en spruitkool het best bestand) reinig steeds besmet materiaal of ontsmet vóór gebruik op een gezond perceel.

Komkommer mozaïekvirus

KomkommermozaïekvirusDit is een van de meest voorkomende en tevens schadelijkste virusziekten in de moestuin, daar een uitgebreid gamma van waardplanten (waaronder komkommer, courgette, tomaat, enz...) aangetast kan worden, maar ook (on)kruid (zoals: muur, klein kruiskruid, witte en paarse dovenetel, knopkruid en zwarte nachtschade) kan door deze ziekte besmet raken. Het virus wordt over gebracht door groot aantal bladluissoorten, waaronder de groene perzikluis (Myzus persicae). Bladluizen kunnen het virus opnemen door slechts enkele seconden op een zieke plant te zuigen. Als ze vervolgens doorvliegen naar een gezonde plant en deze aanprikken, kan het virus onmiddellijk worden overgedragen. Maar ook via de mens, b. v. door het werken met besmet (snoei-) gereedschap, of via de handen (die eerder een besmette plant hebben vast gehouden). Zijn planten eenmaal besmet met een virus, dan blijven ze dit de rest van hun leven. Het virus gaat bij vegetatieve vermeerdering over op de nakomelingen. Een verspreiding via zaad of grond is niet mogelijk.

De ziekte is vooral te herkennen door de lichtgroene tot gele kringen, figuren en vlekken die op het blad verschijnen. Rondom lichtgroene verkleuringen kan een donkerbruine smalle rand zichtbaar zijn. Soms is er sprake van bruine-paarse, necrotische vlekken. Andere symptomen zijn vergelen van de bladnerven en bloemkleurbreking. Vaak treedt er ook groeivermindering en bladmisvorming op. Bij andere gewassen kunnen soortgelijke symptomen ook door ander virussen worden veroorzaakt. De symptomen verdwijnen meestal zodra het blad uitgroeit. Het virus is dan echter niet uit de plant verdwenen.

Preventie :

Er bestaan geen chemische middelen om virusziekten te bestrijden. Enkel de virusoverdragers kunt u te lijf gaan. Dus alleen preventie is hier op zijn plaats.

Zodra de eerste virussymptomen te zien zijn moet u de aangetaste planten venietigen. Dat is vooral belangrijk bij komkommer, waar in korte tijd alle planten ziek kunnen worden.

En verder :

  • Bladluizen regelmatig bestrijden.
  • Gebruik virusvrij plantmateriaal.
  • Vermijd teelt naast een gewas waarin komkommermozaïekvirus voorkomt.
  • Houd het aantal besmettingsbronnen zo laag mogelijk door zieke planten direct uit het gewas te verwijderen en de onkruiden te bestrijden.
  • Een goede teeltafwisseling onderhouden.

Krulziekte (Taphrina deformans)

Ten gevolge van de aantasting door de Taphrina-schimmel vertonen de bladeren in het voorjaar zeer ernstige misvormingen. De misvormingen verkleuren eerst rood en daarna geelbruin. Aangetaste bladeren zijn bros. Later in het seizoen (juni) groeit de boom door de aantasting heen. De boom kan in de voorafgaande periode echter ernstig verzwakken, zeker als de ziekte gepaard gaat met een overvloedige vruchtzetting.

Hierdoor kan de vitaliteit van de boom jaar na jaar afnemen en kan de boom er steeds meer moeite mee krijgen om door de aantasting heen te groeien. De boom kan uiteindelijk een kwijnend bestaan gaan leiden en kan zelfs afsterven.

Perzik (Prunus persica), nectarine (Prunus persica var nucipersica) en soms ook de amandel (Prunus dulcis) zijn erg vatbaar voor deze schimmel. De schimmelsporen verspreiden zich met regen en wind naar takken, knopschubben en plooien in de schors waar ze overwinteren. Vanaf een temperatuur van 8-10° C is er in februari infectie mogelijk!

Bestrijding:

De krulziekte kan chemisch worden bestreden door middel van een bespuiting met bepaalde fungiciden. De bespuiting moet plaatsvinden op het moment dat de knoppen gaan schuiven (eind februari). Bij een hevige aantasting in het voorafgaande jaar moet de bespuiting vervolgens worden herhaald met een interval van ongeveer twee weken, tot omstreeks de bloeiperiode. Tijdens de bloei kan beter niet worden gespoten. Beginnen met spuiten als de ziekte al wordt waargenomen heeft weinig zin. Van de volgende fungiciden is bekend dat ze werkzaam zijn tegen de krulziekte: ferbam, thiram, ziram, dithianon, chloorthalonil, dodine en middelen op basis van koper (zoals koperoxychloride en Bordeauxse pap). Het is de werkzame stof die hier wordt genoemd; deze stoffen kunnen onder diverse handelsnamen op de markt zijn. Er dient steeds te worden nagegaan of de genoemde middelen volgens de lokale wetgeving zijn toegelaten voor dit gebruik.

Lamsteligheid

Deze ziekte treft soms de druiventeelt. Bij lamsteligheid krijgen de druivensteeltjes een bruine kleur. Ze verdrogen en de druiven zelf blijven zuur. De oorzaak is altijd een gebrekkige watervoorziening. Dat kan te wijten zijn aan te veel bladeren, aangetaste wortels of gewoon te weinig vocht in de bodem. Ook een te hoge zoutconcentratie of een onevenwichtige voeding is nadelig.

Bestrijding:

Om lamsteligheid te verhelpen moet je natuurlijk eerst de oorzaak kennen. Dat kan één van de bovenstaande plagen zijn. Zodra je dat weet, kun je ook de ziekte zelf aanpakken. Dat doe je door aangepaste ingrepen : verwijder overtollige bladeren, verbeter de toestand van de wortels, pas het vochtgehalte van de bodem aan, verminder de zoutconcentratie of verbeter de voedselvoorziening.

Loodglans (Stereum purpureum)

De loodglansziekte die veroorzaakt wordt door de loodglanszwam (Stereum purpureum) komt hoofdzakelijk bij steenvruchten zoals kers, pruim, abrikoos en perzik voor. De aanwezigheid van loodglans verraadt zich vaak, doordat de bladeren een loodglans krijgen. Deze kleur van de bladeren wordt veroorzaakt, omdat de opperhuid van het bladmoes loslaat, tussen de ontstane ruimte komt lucht. Deze separatie veroorzaakt de loodglanskleur. Het aangetaste hout wordt inwendig bruin of violet en soms gevuld met gom.

Preventie:

Wonden zoveel mogelijk trachten te voorkomen en gemaakte wonden afdekken met verf of een wondafdekmiddel waarin een schimmeldodend (fungicide) is verwerkt, b.v. «Thiofanaatmethyl». Ziek en dood hout verwijderen uit de boomgaard om nieuwe zwamvorming tegen te gaan. Aangetaste takken tot op het gezonde hout terug snoeien. Het besmette materiaal niet op de composthoop maar verbranden. Snoei direct na de oogst

Wonden van takbreuk en vorstspleten direct afdekken met verf of wondafdekmiddel met schimmeldoder. Extra stikstofgift bij licht aangetaste bomen, soms groeien de bomen er overheen. Snoeigereedschap ontsmetten om de kans van het overbrengen van de ziekte te voorkomen.

Echte meeldauw of witziekte (Oidium)

meeldauw

Echte meeldauw is de naam voor een groep van schimmels, die behoort tot de Ascomyceten en veel verschillende plantensoorten kan aantasten.

Op de aangetaste planten ontstaan eerst witte poederachtige vlekken, die in een later stadium het gehele oppervlak bedekken. Het poeder bestaat uit sporen. Niet alleen de bladeren maar ook de stengels kunnen aangetast worden. Meestal worden de onderste bladeren het eerst aangetast.

Echte meeldauw groeit oppervlakkig op een waardplant, waarbij de schimmel met haustoria de plantencellen binnendringt. De haustoria doorboren de celwand maar niet het celmembraan.
Bijna alle groenten, maar vooral selder, tomaat en komkommers kunnen er last van hebben. Deze schimmel komt ook vaak voor op druiven. De schil verhardt en barst zodra de druif dikker wordt. Deze ziekte treedt zowel in kassen als buiten op.

Soorten meeldauw met hun waardplanten

  • Erysiphe betae bij kroot, voederbiet, suikerbiet
  • Erysiphe cichoracearum bij komkommer, ijssla (zeer zelden), andijvie, schorseneer
  • Erysiphe communis bij veldsla
  • Erysiphe cruciferarum bij spruitkool, Chinese kool
  • Erysiphe heraclei bij venkel, wortel,peterselie, selderij, pastinaak
  • Erysiphe graminis f.sp. avenae bij haver
  • Erysiphe pisi bij erwt
  • Erysiphe polygoni bij stamboon (zeer zelden)
  • Erysiphe polyphaga bij veldsla
  • Microsphaera alphitoides bij eik
  • Oidium lycopersicum bij tomaat
  • Podosphaera aphanis bij aardbei
  • Podosphaera leucotricha bij appel
  • Podosphaera macularis bij hop
  • Podosphaera mors-uvae bij kruisbes en Ribes-soorten
  • Podosphaera pannosa bij Rozen, steenvruchten
  • Sphaerotheca fuliginea bij komkommer en andijvie
  • Sphaerotheca fusca bij courgette
  • Sphaerotheca mors-uvae bij kruisbes.
  • Uncinula necator (Oidium tuckeri) bij druif

Verschillende aan elkaar verwante schimmels bedekken de planten met een wit, poederachtig overtrek waarin de sporen zich bevinden. Zowel vruchten, bloemen, stengels en bladeren worden aangetast.

In het voorjaar en de zomer worden de sporen gevormd, en ze overwinteren op diverse manieren:

  • Soms blijft de schimmel als meeldraden op de scheuten en maken in het volgende voorjaar nieuwe sporen.
  • Andere soorten maken vruchtlichamen en maken het jaar daarop sporen;
  • Nog andere overwinteren in de knoppen van geïnfecteerde scheuten; waardoor nieuw uitlopende scheuten ook reeds zijn aangetast.

Preventie:

Vermijd een te hoge luchtvochtigheid in de struik. Daarmee beperk je het risico. Preventief kun je ook een heermoespreparaat gebruiken. Een ecologische tuinier vermijdt dat zo lang mogelijk. Heb je ook komkommerachtigen in dezelfde kas, dan kunnen die van de zwavel te lijden hebben.

Bestrijden:

  • Teel zo veel mogelijk meeldauw resistente rassen.
  • Geef tijdens droge periodes voldoende water.
  • Plant voldoende ruim, zodat het gewas luchtig blijft en na regenbuien sneller opdroogt.
  • Verwijder zo vlug als mogelijk alle aangetaste plantedelen.
  • U kunt in uiterste nood ook spuiten met een biologische fungicide of met zwavel.

Bij de eerste ziektesymptomen ga je verdere aantasting tegen door zwavel rechtstreeks op de bladeren te verstuiven of opgelost in water te spuiten. Als je de zwavel op het glas spuit, gaat hij door de zonnewarmte verdampen. De zwaveldamp die vrij komt, komt in contact met de schimmelsporen en vernietigt ze. In de handel vind je zowel stuif- als spuitzwavel. Een zwavelkuur pas je bijvoorbeeld eenmaal in het voorjaar toe en eenmaal na het krenten. In de winter heeft het geen zin omdat de schimmelsporen dan nog veilig opgeborgen zitten in de knoppen.

Moniliarot (Monilinia fructigena)

Monilia-rot is een schimmelziekte die voorkomt bij vruchtbomen, zoals appel, peer, pruim en kers. Vooral bij kersen kan veel tak- en bloesemsterfte optreden. Deze zwam is een typische wondparasiet en kan daardoor alleen aantastingen veroorzaken als de vruchtschil is beschadigd. Deze beschadigingen kunnen ontstaan door:

  • * hagel.
  • * insecten.
  • * schurende takken.
  • * vogelvraat.
  • * schurft.
  • * afgevallen vruchten enz.

Aangetaste appelvruchten verkleuren eerst bruin, waarna er meestal concentrische ringen van geelbruine sporenhoopjes ontstaan. In een jong stadium aangetaste vruchten kunnen verdrogen tot mummies en aan de boom blijven hangen. Ook kunnen glanzend zwarte vruchten ontstaan. De schimmel kan zowel twijgen, bloemknoppen als vruchten aantasten en overwintert in bloemknoppen, twijgen en afgevallen vruchten.

Preventie:

De schimmelziekte is zeer besmettelijk. Een afdoende bestrijding is niet bekend. Al het aangetaste fruit dient te worden verbrand en de handen moeten goed worden gewassen nadat besmet fruit is aangeraakt.

Penicilliumziekte (Penicillium-soorten)

De sporen van deze schimmel hebben een blauwgroene kleur. Verschillende soorten worden aangetroffen als secundaire aantasting op reeds beschadigde en afgestorven plantedelen. Ze kunnen zeer hinderlijk zijn tijdens de bewaring van groenten en bollen.

Preventie:

Opgeslagen bollen en knollen moeten regelmatig worden gecontroleerd en aangetaste exemplaren verwijderen. De schimmels treden vooral op onder vochtige omstandigheden, dus tijdens de bewaring de ruimte zo droog mogelijk houden.

Perevuur (Erwinia amylovora)

Een bacterie die voooral gewassen uit de rozenfamilie aantast, zoals appels, peren en sierheesters, in het bijzonder Pyracantha, Crataegus en cotoneaster. De ziekte blijft in hoofdzaak beperkt tot onze kuststreek. De bacterie infecteerd de boom via de bloemen, die zwart worden. In het voorjaar ziet men kankerplekken op stam en dikkere takken; de bloemen verwelken en verdrogen. In de zomer beginnen jongere scheuten vanaf de top te verwelken; de bladeren verdrogen en worden bruin tot zwart. deze verwelking kan zeer snel verlopen. In de herfst ziet men vaak aan de verwelkte takken vochtafscheiding; dit is bacterieslijm, waarmee de ziekte zich kan verspreiden via regen, vogels en insekten. De kankerplekken blijven in de winter tot aan het voorjaar in rusttoestand en worden weer actief gelijktijdig met het uitkomen van de bloesems

Als men bij bovengenoemde bomen en heesters verschijnselen aantreft die op perevuur zouden kunnen wijzen, is men in Nederland wettelijk verplicht dit direkt te melden bij de plantenziektenkundige Dienst.

Rijprot of vruchtrot (Anthracnose)

Komt wel eens voor bij blauwe bessen. Na de pluk verschijnt deze schimmel op de vruchten. Aan de kelkholte ontstaat een ingezonken plek met daarop plakkerige, oranje- tot zalmkleurige sporen. Vooral de rassen Bluecrop en Bluetta zijn hiervoor gevoelig.

Preventie:

Gebruik weinig gevoelige rassen zoals Berkeley, Elliott en Duke.

Rode vruchtziekte (Aceria essigi)

Een ziekte die zich soms voordoet bij bramen. Zoals de naam het doet vermoeden, uit deze ziekte zich doordat de aangetaste vruchten of delen ervan rood, hard en zuur blijven. Ze rijpen niet af en verdrogen later aan de stengel. De schuldige is de braambesgalmijt die onder de schors, in knoppen en in verdroogde bessen van de plant overwintert. In het voorjaar kruipt ze uit haar schuilplaats en vestigt zich in de bloemen en vruchtjes.

Bestrijding:

Als je er veel last van hebt, kun je het volgende doen: zodra de scheuten waarop de bloemknoppen verschijnen 10 tot 15 cm lang zijn, spuit je bij voldoende warm weer met spuitzwavel. Vlak voor de bloei kun je dat eventueel herhalen. Aangetaste takken met verdroogde bessen ruim je zorgvuldig op.

Roest

roest Roest (Urediniomycetes) vormen een klasse binnen het rijk van de schimmels (Fungi), behorend tot de stam van Basidiomycota.

Roest veroorzaakt ziekten bij planten. De schimmels tasten het blad aan. Ze komen onder andere voor op knoflook, bieten, boontjesgranen, gras en prei.

Roestschimmels zijn planteparasieten met een ingewikkelde levenscyclus. Sommige soorten blijven hun hele leven op dezelfde waardplant, maar anderen emigreren naar een plant van een totaal ander geslacht.

Roest is een zeer gemakkelijk herkenbare schimmelziekte: op de buitenkant van het blad komen gele hoekige vlekken, waardoor dan roestkleurige putjes ontstaan. Het blad gaat verdrogen, maar heeft verder geen schadelijke gevolgen. Van alle schimmelziekten, is roest de minst schadelijke, hij veroorzaakt eerder een onesthetisch zicht dan een schade voor de plant.

Bestrijden:

Groenten en kruiden die lijden aan Kaliumgebrek, zijn vatbaarder voor roest dan andere.

Verwijder steeds dode bladeren (zij doen de schimmel overleven) die op de grond liggen. Vermijd in warme perioden om het blad nat te maken bij het begieten. Geef om de drie weken een behandeling met bordelaise pap (met een hoger gehalte aan kopersulfide).

Een kaliumbemesting kan hier ook dikwijls voor redding zorgen. Andere bestrijdingsmethoden pas je beter niet toe. Bij bonen met de ziekte kan je wel spuiten met zineb of maneb.

Rood wortelrot (Phytophtora fragariae)

De besmetting gebeurt in het najaar, vooral als de bodem niet goed kan afwateren. De haarwortels sterven af en in het voorjaar hangen de bladeren slap. Ze krijgen een blauwgroene kleur, groeien heel traag en sterven geleidelijk af. Een doorgesneden wortel toont de typische rode verkleuring van de centrale cilinder.

Schurft (Venturia-soorten)

Schurft bij planten is een schimmelziekte. Verschillende plantensoorten, vooral fruit kunnen door schurft aangetast worden. Zo heeft de appel veel last van blad- en takschurft veroorzaakt door de schimmel "Venturia inaequalis", waardoor vroegtijdige bladval en vruchtverruwing kan optreden en de peer van blad- en takschurft veroorzaakt door "Venturia pirina". De aangetaste bladeren vertonen olijfgroene vlekjes, die later bruin verkleuren en voortijdig afsterven. Hierdoor wordt de groei en de knopvorming afgeremd. Soms is de aantasting zo ernstig, dat de vruchten scheuren.

Schurft kan de plant pas aantasten als het blad voldoende lang nat is, de zogenaamde bladnatperiode. Dit komt doordat de vrijgekomen schimmelsporen (ascosporen) voor het kiemen voldoende vocht nodig hebben. De waarschuwingssystemen, die aangeven wanneer er tegen schurft gespoten moet worden, hebben dan ook de bladnatperiode als basis. Daarnaast is de temperatuur belangrijk.

Relatie tussen bladnatperiode en temperatuur.
Voorbeeld: bij 1 °C treedt er alleen infectie op als het blad 37 uur nat is, enzovoort.

Temperatuur
in (° C)
Uren Temperatuur
in (° C)
Uren Temperatuur
in (° C)
Uren
1 37 2 32,50 3 32
4 29 5 21 6 18
7 15 8 13 9 12
10 11 11 9 12 8
13 8 14 7 15 7
16-24 6 25 8 26 11

De ziekte treft zeer veel verschillende soorten planten.

Zo kunnen ook radijs en kroten worden aangetast; en komt dikwijls voor op gronden die weinig organisch materiaal bevatten. Een overdreven bekalking kan ook oorzaak zijn van deze ziekte.

Als je er tijdens de knolvorming in een droge periode last van krijgt, geef dan ruim water. Op zandgronden niet bekalken en na de oogst het loof verbranden.

Preventie:

U kunt deze ziekte enigszins voorkomen, door op zandgronden niet bekalken en na de oogst het loof de bladeren na de bladval weg te harken en te verbranden.

Bestrijding:

Mocht u toch een ernstige aantasting vast stellen, dan kunt u spuiten met
"Euparen M", "Zineb" of koperoxychloride. Het is dan wel belangrijk dat u tijdig (dat wil zeggen eind maart) begint met spuiten en met niet te lange tussenpozen.

Als u begin juni geen schurftplekken meer ziet dan is het grootste gevaar geweken.

Slechte kleuring

De oorzaak is zeer dikwijls een slechte onderstam. Of je hebt te weinig trossen gedund.

Stengelziekten

Schimmelziekten kunnen lelijk huishouden op je frambozenstengels. Je hebt drie typen van aantastingen, elk met specifieke symptomen:

  • Stengelsterfte (Leptosphaeria coniothyrium)
    Stengelsterfte tast vooral de basis van de stengels aan. Er komen rotte, zwartbruine plekken op. De stengel sterft af.
  • Stengelvlekkenziekte of brandnetelvlekkenziekte (Elsinoë veneta)
    Op de scheuten zie je een heleboel ronde paarse vlekjes. Soms sterven de toppen van de scheuten af.
  • Gewone twijgsterfte (Didymella applanata)
    Grijze vlekken met zwarte puntjes wijzen op twijgsterfte. De aangetaste stengels sterven af.
  • Bruine stengelvlekkenziekte (Rhabdospora ruborum)
    Je ziet roodbruine tot donkerpaarse vlekken op de stengels, de bladontwikkeling en vruchtzetting zijn slecht. De twijgen sterven af.
  • Taksterfte (Godronia cassandrae)
    Op de takken ontstaan ronde of ovale vlekken, aanvankelijk rood tot roodbruin van kleur. Later kleurt het centrum van deze vlekken grijs en zie je ook zwellingen waarin de zwarte vruchtlichamen van de schimmel zichtbaar worden. Zodra de takken voor een groot del door deze vlekken zijn afgesnoerd, sterven ze af. Taksterfte treedt vooral op in het voorjaar en in mindere mate in het najaar. Is je bodem in orde en bemest je met mate, dan slaat de schimmel niet hard toe.
  • Stengelbasisrot (Phytphtora cactorum)
    Synoniem zijn zwart wortelrot en kanker. De bladeren verliezen hun glans en worden donkergroen. De jonge hartblaadjes gaan plots slap hangen. Daarna kleurt de stengelgedeelte bruin en het verrot. De plant verwelkt en breekt af. De doorgebroken wortelkroon is bruin verkleurd. Aangetaste planten breken bij het uittrekken meestal vlak boven de grond af. Aan de wortels van een aangetaste plant merk je niets bijzonders.

Preventie:

Enkele aanbevelingen om deze schimmelziekten te voorkomen:

  • Kies rassen die minder vatbaar zijn
  • Zorg voor constante bodembedekking. Directe zonnebestraling van de grond en de uitdroging die daarvan het gevolg is, maken de plant gevoeliger voor deze ziekten.
  • Hou je gewas open en luchtig. Dun de jonge vervangscheuten op tijd uit en verwijder al het onkruid.
  • Beschadig de stengels niet bij de grondbewerking.
  • Schoffel in het voorjaar de eerste grondscheuten allemaal af.
  • Bind jonge ranken op tijd op. Verwijder afgedragen stengels direct na de oogst.

Bestrijding:

Aangetaste stengels snoei je meteen weg en je verbrand ze.

Valse meeldauw (Peronosporaceae)

botrytis Valse meeldauw is de naam voor een groep van schimmels, die behoort tot de familie Peronosporaceae en veel verschillende plantensoorten kan aantasten. Het onderscheidt zich van echte meeldauw doordat het schimmelpluis van valse meeldauw op de onderkant van het blad zit, terwijl dat van echte meeldauw op de bovenkant van het blad zit. De schimmel kan ook andere delen van de plant aantasten.

Het is een ziekte die gewoonlijk voorkomt in het gematigd klimaat. Maar beperkt zich meestal tot een paar planten per perceel.

Op de aangetaste planten ontstaan aan de onderkant van de bladeren poederachtige vlekken, die in een later stadium het gehele oppervlak bedekken. Het poeder bestaat uit sporen. Valse meeldauw ontwikkelt zich in vochtige en koude omstandigheden tamelijk snel.

Valse meeldauw groeit voornamelijk in het plantenweefsel van de waardplant, en komt af en toe naar de oppervlakte. Waar de schimmel met haustoria de plantencellen binnendringt. De haustoria doorboren de celwand maar niet het celmembraan.

Soorten valse meeldauw met hun waardplanten

  • Bremia lactucae(het wit) op sla
  • Peronospora destructor op ui
  • Peronospora parasitica op bloemkool, broccoli en koolzaad
  • Peronospora trifoliorum op klaver
  • Peronospora trifoliorum f.sp. medicaginis-sativae op luzerne
  • Plasmopara viticola op druif
  • Pseudoperonospora cubensis op komkommer
  • Pseudoperonospora farinosa f.sp. betae op suikerbiet
  • Pseudoperonospora farinosa f.sp. spinaciae (wolf) op spinazie

Preventie:

Je kan de ziekte voorkomen door gunstige cultuur omstandigheden te scheppen. Vermijd een hoge luchtvochtigheid in het gewas. Om de plant te versterken, kan je spuiten met een heermoesaftreksel.

Bestrijding:

Bestrijden kan met zineb. Koolsoorten en sla kan je van bij de opkomst om de vijf dagen bestuiven met zineb stuifpoeder. Bakken en serres veel luchten. En verder:

  • Onderhoud een vruchtafwisselings systeem van minimum drie jaar
  • Zorg voor een voldoende plant afstand voor een goede luchtcirculatie
  • Geef niet te veel stikstofrijke meststoffen
  • Vernietig aangetaste planten
  • Gebruik resistente rassen
  • Beperk een te overvloedige watergift
  • Verwijder na de oogst ook de planteresten die eventueel in de grond achterblijven
  • Plant geen tomaten in de nabijheid van aardappelen en vice versa

Soorten valse meeldauw

Bremia-lactucae

Bremia-lactucae

Peronospora-destructor

Peronospora-destructor op uien

Peronospora-parasitica

Peronospora-parasitica op brocoli

Plasmopara viticola

Plasmopara viticola op druiven

Pseudoperonospora cubensis

Pseudoperonospora cubensis op komkommer

Pseudoperonospora-farinosa

Pseudoperonospora-farinosa op bieten

Verwelkingsziekte (Verticillium alboatrum)

In de bloei- en plukperiode wordt het blad wat donkerder en kleiner. De buitenste bladeren gaan slap hangen en verdrogen. Bladranden en bladstelen verkleuren roodbruin. De binnenste bladeren blijven klein en krijgen een geelachtige kleur. De groeipunt van aangetaste uitlopers wordt rood. Als er nog vruchten aan komen, zijn die klein en slecht van smaak. Een doorgebroken stengel geeft de typische donkere puntjes te zien.

Virusziekten

De ziekten door virussen veroorzaakt lijken vaak op erfelijke afwijkingen. Bladeren worden gevlekt, soms krullen bladeren of ontstaat er een groeistoornis. Virussen zijn een belangrijke plaag bij aardbeien. Ze doen de oogst sterk afnemen. Een virusaantasting is niet altijd te merken aan de planten. Het gaat gewoonlijk gepaard met groeiachterstand. Bekende verschijnselen zijn een gele verkleuring van de bladranden (geelrandvirus), gele afstervende vlekken en gekroesde bladeren (krinkel), verkleurde vlekken (mottle), smalle gele banden langs hoofd- en zijnerven.

Naast bladluizen en vrije aaltjes, zijn nog andere insecten en diverse schimmels, overdragers van virussen.

Onderdelen van een virus

Een virus bestaat uit de volgende onderdelen (van buiten naar binnen):

  • Een enveloppe: (alleen bij dierlijke virussen voorkomend) dit is een membraan rond het nucleocapside.
  • Een eiwitmantel: (ook wel capside genoemd) dit is de buitenwand van het virus en beschermt het virus tegen vernietiging door antilichamen, alsook zorgt het voor het binnendringen van de cel.
  • Het nucleïnezuur: het erfelijk materiaal van het virus, bestaande uit DNA of RNA. Deze laatste twee vormen samen het nucleocapside.

Preventie:

Virussen dringen de planten binnen en maken zo de plant ziek. Aangetaste planten steeds vernietigen. (Niet op de composthoop). Hygiënisch werken.

Tegen virussen zijn er geen bestrijdingsmiddelen beschikbaar. Daarom is het belangrijk dat uitgangsmateriaal als pootaardappelen of stekmateriaal virusvrij is.

Voetrot

Voetrot is een algemene term voor verschijnselen, waarbij de bases van kruidachtige planeten verrotten. Daar zijn verschillende bacteriën en schimmels verantwoordelijk voor. De ziekte doet zich vooral voor op slecht gedraineerde grond.

Veel van deze schimmels laten hun sporen in de grond achter op plantenafval. Gevoelige planten zoals asters, geraniulms, petunia's moeten daarom worden gestekt en gezaaid in verse ontsmette grond. Hetzelfde geldt voor groentegewassen. Potplanten verpotten in verse grond, nadat de aangetaste delen zijn weggesneden; daarna niet te veel water geven.

Voetrot kan op zekere hoogte worden voorkomen door goede cultuurmaatregelen en door gebruik te maken van ontsmet zaaigoed

Voetrot bij anjers Fusarium culmorum en andere soorten

Deze ziekte wordt veroorzaakt door grondschimmels, die de stengels nvan anjers via wonden binnendringen. Bij stekken, gesneden van zieke planten of bij stekken, gezet in besmette grond, kan rotting optreden.

Stektabletten of kistjes ontsmetten met 5% kopersulfaat; na deze behandeling naspuiten met 1% kalk en steeds zuiver zand gebruiken. Vóór het sniojden van stekken de moederplanten bespuiten met captan.

Voetrot bij primula Phytpthora primulae

Deze schimmelziekte is bijzonder hinderlijk bij primula vulgaris, maar kan ook andere soorten aantasten. Een aanwijzing voor de aanwezigheid van de ziekte is het verwelken van de planten, vooral als ze verscheidene jaren achtereen op dezelfde plaats hebben gestaan. De wortels zijn verrot, met bruin centrum.

Zieke planten verwijderen en primula's niet steeds op dezelfde plaats planten.

Voetrot en vlekkenziekte bij violen Cantrospora acerina

De in de grond levende schimmel tast de wortels en wortelhals van violen aan en kan op de bovenzijde van de bladeren blauwzwarte vlekjes geven, die aan de onderkant nat en vuil zijn. In de stengels ziet men streepvormige vlekken? De schimmels Thielaviopsis en Rhozoctonia kunnen soortgelijke symptomen veroorzaken.

Violen steeds op een andere plaats kweken. Zieke planten met wortels en al verwijderen. Vanaf eind oktober tot eind maart om de 7 à 14 dagen spuiten met captan

Vuur of rodebessenkanker (Nectria cinnabarina)

Vuur wordt veroorzaakt door het meniezwammetje. Op aangetaste takken zie je fel oranje pukkeltjes. De zwam groeit vanuit dood hout door in het levende hout. Als er midden in de zomer een tak zomaar afsterft, dan heb je veel kans dat dit vuur is.

Preventie:

Een goede waterhuishouding waarbij je vermijdt dat de struik te natte of te droge voeten krijgt, doet wonderen. Struiken op nattere gronden zijn gevoeliger voor aantasting. Verder helpt het als je de struiken lang en pas laat snoeit, bijvoorbeeld in februari. Doe dat zeker bij gevoelige rassen als Jonkheer van Tets en Stanza. Snoei alleen bij droog weer.

Bestrijding:

Verwijder en verbrand de aangetaste takken. Dood hout moet je volledig verwijderen. Snoei zo dicht mogelijk tegen de grond en laat zo weinig mogelijk stompjes staan. Vermijd te veel stikstof in de bodem.

Wortelknobbel

Wortelknobbel komt vooral voor op zure, vochtige en zware gronden waarvan de bovenlaag snel dichtslaat. Je herkent de ziekte metten aan bruine knobbels van verschillende grootte op de wortels bij framboos of op de stengels bij braam. Zieke stengels sterven af. De bacterie dringt de plant binnen langs kleine wondjes.

Preventie:

Zorg voor een luchtige bodem die goed ontwatert en niet te zuur is (Ph 6 tot 6,5).

Bestrijding:

Verwijder en verbrand de aangetaste delen zo snel mogelijk. Als je zieke struiken rooit, plant je op dezelfde plek niet meteen nieuwe frambozen.

Wortelrot

Veel verschijnselen, zoals verkleuring van bladeren, vroegtijdige bladval, afsterven van scheuten of geheel doodgaan van planten zijn veelal te wijten aan verrotte wortels. Deze rotting kan worden veroorzaakt door te natte of te droge grond of door diverse schimmels zoals die welke zwart wortelrot en Rhizoctonia-ziekte veroorzaken. Zulke ziekten komen vooral voor onder ongunstige cultuuromstandigheden

Preventie:

Zaadontsmetting met captan of thiram kan heilzaam zijn.

Bestrijding:

Verwijder en verbrand de aangetaste delen zo snel mogelijk. Als je zieke struiken rooit, plant je op dezelfde plek niet meteen nieuwe frambozen.

Wortelrot bij heide (Phytophthora cinnamomi)

Deze in de grond levende schimmel tast de wortels aan van Calluna, Erica en Chamaecyparis. De zieke planten moeten zeer zorgvuldig gerooid en verbrand worden

Door de ziekte veroorzaakte kale stukken in lmet heide beplante grond mogen niet opnieuw beplant worden alvorens de grond ververst is. Bij nernstige aantasting alle planten opruimen en verse grond aanbrengen.

Wortelrot bij lelies (Phytophthora cinnamomi)

Een ziekte waarbij de bollen van o.a. lelies en lachenalia gaan rotten; de rottingsverschijnselien beginnen meestal aan de wortelkrans. De ziekte dringt van daaruit de bol binnen en vernietigd deze. De ziekte kan worden veroorzaakt door Fusarium of rhizoctoniaschimmels en bacteriën die de bol door dode wortels binnendringen.

Bij het begin van de aantasting ziek wortels en andere bolweefsels, zoals bij lelies zieke schubben, verwijderen. Vóór het planten de grond behandelen met quintozeen. Ernstig aangetaste bollen vernietigen.

Wortelziekte(Phytophtora)

Sinds enkele jaren komt bij frambozen vaak de wortelziekte Phytophora voor. Deze schimmel overleeft in de grond zodat de bodem lange tijd ongeschikt is voor frambozenteelt. Eerst vergelen de schutblaadjes van de bloemtakken. Daarna vergeelt ook de rest van de plant en hij sterft af. Nieuwe scheuten blijven gezond, maar vertonen een jaar later dezelfde symptomen. Ze sterven af op het moment dat je zou beginnen te oogsten. Je hebt ook steeds minder scheuten tot de plant uiteindelijk helemaal afsterft.

Preventie:

Begin met gezond plantmateriaal en plant altijd op een goed doorlatende en gezonde bodem.

Zwartbenigheid (Erwinia carotovora subsp. atroseptica)

Zwartbenigheid is een ziekte die vaak voorkomt in gematigd koele klimaten. De ziekte ontwikkeld zich vooral bij een temperatuur rond de 18 à 19 °C. De stengel begint te rotten vanuit de rottende moederknol en kleurt zwart.

De zwartverkleuring kan alleen betrekking hebben op het onderste stengelgedeelte, maar ook kan de gehele stengel zwart kleuren. De aangetaste stengel verspreidt een visachtige lucht. De topblaadjes van aangetaste stengels worden lichtgroen en rollen zich vanuit de bladranden naar boven toe op, vergelen en kort daarop verdort de gehele stengel.

Aangetaste stengels zijn stijver dan normaal, hebben een steile bladstand, en doordat ze achterblijven in groei worden ze door het loof van gezonde stengels aan het oog onttrokken. De aangetaste stengel sterft altijd af.

Knollen van zwartbeenzieke planten vertonen een donker gekleurd rot dat vanuit het stoloneind de knol binnendringt en zich traag uitbreidt en scherp afgegrensd is van gezond weefsel. Minder algemeen is een beginnende aantasting van de lenticellen zoals dat veel bij natrot optreedt. Door de interactie met natrot-bacteriën kan dit rot ieder moment in natrot overgaan. Soms is niet meer dan een donkerbruine verkleuring van het stoloneind of van het vaatweefsel aanwezig. Er zijn duidelijke rasverschillen.

Bestrijding:

Houd uw tuin en schuurtje zo schoon (bacterievrij) mogelijk door alleen pootgoed aan te kopen dat gezond is, dus van bekende herkomst. Pas bedrijfshygiënische maatregelen nauwgezet toe, en verder:

  • het verwijderen van zieke planten in het veld en rotte knollen (ook moederknollen) bij de oogst;
  • percelen met zieke planten het laatst en onder droge omstandigheden rooien; daarna machines, transportmiddelen en inschuurapparatuur grondig reinigen;
  • gewassen waarin meer dan sporadische aantasting voorkomt niet gebruiken voor verdere pootgoedproduktie.
  • Droog en op lage temperatuur bewaren

Zwarte bessenroest (Cronartium ribicola)

In de zomermaanden verschijnen op de onderkant van het blad gele, verstuivende sporenhoopjes en later bruingele, gekrulde zuiltjes. Het blad wordt bruin en valt voortijdig af. De schimmel maakt een deel van zijn ontwikkeling door op een waardplant (vijfnaaldige dennen).

Preventie:

De Weymouthden is zo’n waardplant. Je kunt hem dus beter niet planten. Daarnaast voorkom je zwartebessenroest door verschillende keren te spuiten met heermoesextract.